Rechtbank Breda 5 maart 2009 (potloodventen via webcam), LJN BH5369
Verdachte legde via MSN contact met meisjes onder de naam Olaf. Hij voerde seksueel getinte gesprekken met de meisjes. In de gesprekken kwam ter sprake dat de meisjes nog op school zaten. Op vragen van de meisjes hoe oud verdachte was, antwoordde hij 17/18 jaar. Hij heeft de meisjes verzocht de webcam aan te zetten. Bij het totstandkomen van een verbinding was er vervolgens een foto van een jongen met een petje te zien, niet zijnde de foto van verdachte. Die foto had verdachte van internet gehaald en gebruikt om zelf anoniem te blijven. Op het webcambeeld liet verdachte zien dat hij zijn geslachtsdeel vasthield en zich aan het aftrekken was. De rechtbank is van oordeel dat het vertonen van voornoemde handelingen via een computer en een webcamverbinding valt onder de delictsomschrijving van artikel 240a van het wetboek van strafrecht, nu met deze technische hulpmiddelen de realiteit wordt afgebeeld. De bedoeling van de wetgever is geweest personen beneden de leeftijd van 16 jaar te beschermen tegen ongewenste beïnvloeding die het gevolg kan zijn van de confrontatie met dergelijke beelden. De wil van de betrokken jeugdige is daarbij niet van belang.
Zoals bekend maken met name jeugdige personen veelvuldig gebruik van chatsites en webcamverbindingen. Uitgaand van de bedoeling van de wetgever is een restrictieve uitleg van dit artikel naar het oordeel van de rechtbank niet voor de hand liggend.
Het verweer van de raadsman dat de aangeefsters wisten wat zij te zien zouden krijgen en dat juist wilden, wordt verworpen.
De rechtbank acht bewezen dat het voorwaardelijk opzet van verdachte was gericht op het vertonen van zijn geslachtsdeel aan meisjes beneden de 16 jaar. Veroordeling tot een maand voorwaardelijke gevangenisstraf en 100 uur werkstraf.
Verdachte legde via MSN contact met meisjes onder de naam Olaf. Hij voerde seksueel getinte gesprekken met de meisjes. In de gesprekken kwam ter sprake dat de meisjes nog op school zaten. Op vragen van de meisjes hoe oud verdachte was, antwoordde hij 17/18 jaar. Hij heeft de meisjes verzocht de webcam aan te zetten. Bij het totstandkomen van een verbinding was er vervolgens een foto van een jongen met een petje te zien, niet zijnde de foto van verdachte. Die foto had verdachte van internet gehaald en gebruikt om zelf anoniem te blijven. Op het webcambeeld liet verdachte zien dat hij zijn geslachtsdeel vasthield en zich aan het aftrekken was.
De rechtbank is van oordeel dat het vertonen van voornoemde handelingen via een computer en een webcamverbinding valt onder de delictsomschrijving van artikel 240a van het wetboek van strafrecht, nu met deze technische hulpmiddelen de realiteit wordt afgebeeld.
De bedoeling van de wetgever is geweest personen beneden de leeftijd van 16 jaar te beschermen tegen ongewenste beïnvloeding die het gevolg kan zijn van de confrontatie met dergelijke beelden. De wil van de betrokken jeugdige is daarbij niet van belang.
Zoals bekend maken met name jeugdige personen veelvuldig gebruik van chatsites en webcamverbindingen. Uitgaand van de bedoeling van de wetgever is een restrictieve uitleg van dit artikel naar het oordeel van de rechtbank niet voor de hand liggend.
Het verweer van de raadsman dat de aangeefsters wisten wat zij te zien zouden krijgen en dat juist wilden, wordt verworpen.
De rechtbank acht bewezen dat het voorwaardelijk opzet van verdachte was gericht op het vertonen van zijn geslachtsdeel aan meisjes beneden de 16 jaar. Veroordeling tot een maand voorwaardelijke gevangenisstraf en 100 uur werkstraf.